• Beste SVO’er!

     

    Van welke vereniging ben je/is jouw kind eigenlijk lid? 

     

    Het antwoord is hier te lezen aan de hand van SVO’s

    • doelen
    • ambitie
    • kernwaarden
    • vuistregels (gedragsregels voor spelers, coaches en trainers)

     

    Het gaat er niet om hoe goed je bent, 

    maar om hoe goed je wilt worden.

     

    SVO BASKETBALL wil zijn leden opleiden tot betere basketballers. Daarbij staat ‘leren’ centraal. Leren gaat boven winnen. Uiteraard kent dat per leeftijdscategorie en speelniveau een andere aanpak.

     

    Het aanleren en juist uitvoeren van fundamentals (basishandelingen in het basketbal) is cruciaal. Door intensief trainen (moe worden) en leren (beter worden) ontstaat speelplezier.

     

    Een club met ambities en ideeën heeft altijd behoefte aan enthousiaste personen die helpen om de plannen te verwezenlijken. Vele handen maken licht werk. Denk daarom a.u.b. na wat jij voor de vereniging kan doen en meld je aan bij het bestuur. 

     

    Doelen van SVO BASKETBALL:

    • SVO speelt in een herkenbare stijl 
    • Na verloop van tijd hebben alle trainers een diploma (BT2, BT3 of BT4)
    • SVO moet een aantrekkelijke en gezellige vereniging zijn voor jeugd en senioren
    • Jeugdspelers moeten goed voorbereid worden op de seniorencompetitie.
    • We streven ernaar onze teams zo hoog mogelijk te laten spelen, zo hoog als het niveau van de spelers rechtvaardigt.
    • Elke leeftijdsklasse kent een selectieteam. 

     

     

    Ambitie 

    We willen met alle jeugdteams op het hoogste niveau spelen, zo hoog als het niveau van de spelers rechtvaardigt. Om dat te bereiken is het essentieel dat kinderen in de leeftijd van circa 8 jaar tot circa 16 jaar les krijgen van ervaren en bevlogen trainers, die de nadruk leggen op het aanleren van goede fundamentals. Wanneer fundamentals op jonge leeftijd goed en consequent worden aangeleerd, worden het automatismen. En hoe meer een speler automatisch (zonder na te denken) kan spelen, hoe meer ruimte/aandacht hij heeft voor het nemen van slimme beslissingen of het uitvoeren van tactische opdrachten. Techniek is daarmee de basis voor tactiek.

     

    Als we hierin willen slagen, moeten de trainers volgens een eenduidige visie werken, zodat ze steeds het stokje van elkaar over kunnen nemen. Een playbook geeft daarbij richting en zorgt dat iedereen op elk moment weet wat er verwacht wordt. 

     

    Plezier

    Sporten doe je voor je plezier. Maar hoe zorgen we dat kinderen het leuk (blijven) vinden om te basketballen? In de eerste plaats moeten ze zowel tijdens de training als de wedstrijd lol hebben. Letterlijk: er moet gelachen worden. Dat gaat prima samen met serieus trainen en hard werken. Sterker nog: serieus trainen en hard werken is leuk! 

     

    Respect

    Kinderen moeten zich veilig en gerespecteerd voelen. Ze zijn allemaal anders en ze zullen er snel genoeg achter komen dat ze ook allemaal andere kwaliteiten hebben. En dat is prima, als ze zich maar allemaal gewaardeerd voelen. Als ze maar voldoening halen uit hun bijdrage. In die zin is sport een levensles: het vinden van je plek in het team is hetzelfde als het vinden van je plek in het leven. 

     

    Ontwikkeling

    Plezier wordt voor een belangrijk deel bepaald door je ontwikkeling. En er is niets mooier dan te merken dat dingen die je eerst moeilijk vindt, steeds beter gaan. Het ‘leren’ staat centraal. Dat een actie die eerst niet lukt, opeens wel goed gaat. Dat vraagt om geduld, van de kinderen maar zeker ook van de trainers. Elke training opnieuw helpen we spelers om iets te leren. Om trots op zichzelf te zijn en daar plezier aan te beleven.  

     

    Inzet

    Sport is natuurlijk ook gewoon gezond. We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Maar sport is ook moe worden, doorzetten, je grenzen verleggen. Even niet met je snufferd naar een beeldscherm kijken, maar met je teamgenoten achter een grote oranje bal aanhollen. 

     

    De missie voor elke training is: 

    Kinderen moeten    1) plezier hebben 

    2) iets leren 

    3) moe worden

     

    Een wedstrijd voegt nog een extra dimensie toe. Er is immers een tegenstander en je kunt winnen of verliezen. Ook in dat opzicht is sport een blauwdruk van het leven. Want hoe ga je daarmee om? Hoe reageer je op een teamgenoot die de bal verliest, een scheidsrechter die verkeerd fluit, een toeschouwer die naar je roept? Hier ligt een belangrijke rol voor de coach, maar ook voor de ouders. Natuurlijk speel je om te winnen en als het lukt mag je best blij zijn. Als je maar beseft dat de wereld niet vergaat als je verliest. Sterker nog: daar leer je juist het meeste van: hoe je je waardig gedraagt en wat je de volgende keer beter kunt doen. 

     

    Het motto voor elke wedstrijd is: 

    Van winnen geniet je, van verliezen leer je.

     

    Sport is meer dan sport. Het is meer dan een bal door een ring gooien. Sport is ook samenwerken en samenwerken betekent: je aan afspraken houden. Sport is het ontdekken van je plek in de groep, wie je bent en wat jouw toegevoegde waarde is – binnen en buiten het veld. Sport is doorzetten, geduld hebben, teleurstellingen verbijten. Via al die uitdagingen zorgt sport voor iets onbetaalbaars: zelfvertrouwen en zelfrespect. 

     

    Dat brengt ons bij de kernwaarden: het ABCD-tje

    • Afspraak is afspraak (anderen rekenen op je) 
    • Behandel mensen zoals je zelf behandeld wilt worden
    • Centraal staan fundamentals (daar kun je op verder bouwen)
    • Durf fouten te maken (hoe moet je anders iets leren?)

     

    Samen maak je een vuist!

    Basketball is een teamsport. En dat betekent dat het gemeenschappelijke belang per definitie groter is dan je eigen belang. Je wint samen, je verliest samen. De spelers van een team zijn als de vingers van een hand: je bent allemaal anders en je speelt allemaal je eigen rol met je eigen specialiteit. Maar alleen als je samenwerkt en de krachten bundelt, kun je een vuist maken!

     

    Vuistregels algemeen

    • Veiligheid: Geen losse ballen in het veld, tassen zo ver als mogelijk van het speelveld neerzetten, achter banken, Niet met losse veters spelen/trainen. Denk om verwijderen sieraden, geen kaugom. 
    • Onder veiligheid kan ook worden verstaan blessurepreventie. Warming up/cooling down: De warming up is belangrijk om blessures te voorkomen. Het gezamenlijk stretchen is ook een onderdeel van de teamopbouw. Aan de cooling down wordt meestal geen aandacht besteed, maar is wel belangrijk.
    • Respect naar teamgenoten, tegenstanders, scheidsrechters, coaches en publiek volgens algemene normen en waarden. Sportiviteit in woord en gebaar staat voorop.

     

    Vuistregels voor spelers

    • Volledige inzet op trainen en bij wedstrijden
    • Je kijkt bij allles eerst naar je eigen gedrag en je bedenkt eerst wat je ZELF kan verbeteren. Je bent verantwoordelijk voor je eigen spel, het past niet om de schuld te zoeken bij de scheids, medespelers of de coach.
    • Je komt altijd op tijd (omgekleed 5 minuten voor start training, 30 min voor start wedstrijd)
    • Als je niet kunt komen, zeg je zo vroeg mogelijk telefonisch bij de trainer af (een app’je is onpersoonlijk en te makkelijk gestuurd. Ook: in groepsapp is afmelding zichtbaar voor iederen. Dit kan andere spelers aanzetten om ook maar niet te komen)
    • Als je te laat dreigt te komen, dan geef je dat zo snel mogelijk door
    • Speeltijd wordt zo gelijkmatig mogelijk verdeeld. In de eerste 3 kwarten krijgen alle spelers ruim de kans om te spelen. In het laatste kwart mag de coach ervoor kiezen om te wisselen om te welke spelers hij wil spelen. 
    • Tijdens de wedstrijd bepaalt de coach het beleid, spelers geven hierop geen commentaar.
    • Spelers geven geen commentaar op de scheidsrechters en tafelaars.
    • Alleen de coach of aanvoerder communiceert met de scheidsrechter.
    • Bij een technische fout voor een speler, wordt deze sowieso gewisseld, de coach bepaalt of de speler nog aan spelen toekomt.
    • Als speler ben je zelf verantwoordelijk voor de taken die jou worden opgelegd (zoals tafelen en fluiten), het niet nakomen van deze verplichtingen kan voor het bestuur een reden zijn om een passende sanctie op te leggen. Deze staan vermeld in het reglement van de vereniging.

     

    Vuistregels voor trainers/coaches

    • De trainer komt in principe niet in de kleedkamer (is terrein van de spelers)
    • Het belang van het kind staat centraal. Regels zijn in het belang van de kinderen.
    • Trainers zijn positief: kritiek mag, maar moet opbouwend zijn. 
    • Trainers begrijpen en accepteren dat niet alle spelers evenveel talent of evenveel ambitie hebben. 
    • Iedereen moet zich thuis voelen, iets leren, plezier hebben en uitgedaagd worden.
    • De trainer geeft training die past bij de leeftijdsgroep en aansluit bij de richtlijnen van het jeugdplan.
    • De trainer regelt vervanging wanneer hij zelf niet kan, hij probeert dit voor zover mogelijk ruim van te voren te regelen en dit zijn team mee te delen.
    • Trainers geven zelf het goede voorbeeld en staan model voor hoe het hoort.
    • Trainers gaan met respect om met spelers, scheidsrechters en ouders. Ook met de tegenstander gaat men respectvol om.
    • Elke trainer is verantwoordelijk voor zijn eigen team.
    • Veiligheid op de training heeft prioriteit.
    • Trainers zijn op de hoogte van gezondheidsproblemen van de deelnemers zoals astma, epilepsie e.a.
    • Trainers hebben goed contact met de opvoeder(s)
    • Trainers zijn op de hoogte zijn van de stand van zaken op school
    • Trainers zien erop toe dat er niet wordt gepest binnen de groep
    • Trainers zien toe op hygiëne (douchen na de training)
    • Trainers zijn goed voorbereid voor de training (indien nodig advies vragen bij andere of ervaren trainers en coaches)
    • Ze zijn op tijd voor de training en wedstrijden

     

    Vuistregels voor ouders

    • Wanneer ouders een wedstrijd of training bijwonen dienen zij te allen tijde respect te tonen voor de trainer, spelers en scheidsrechters.
    • Een ouder kan een gesprek aangaan met een trainer alleen op een moment dat de trainer daarvoor beschikbaar is.
    • Bij zwaarwegende zaken neemt de ouder contact op met de TC.
    • Ouders coachen niet mee vanaf de tribune, de coach is de enige die aanwijzingen geeft.
    • Ouders nemen tijdens wedstrijden GEEN zitting op de spelersbank.
    • Tijdens de wedstrijd stellen ouders zich positief op ten opzichte van de trainer, spelers en scheidsrechters. Ook de tegenstander wordt met respect behandeld.

     

    Vertrouwenspersoon

    Ouders en spelers kunnen met onderwerpen die lastig te bespreken zijn met 

    trainer, coach, teammanager of bestuur zich wenden tot de 

    vertrouwenspersoon. Contactgegevens zijn te vinden op de SVO-website.

     

    Download de filosofie